phpLD Nederland
Bekijk de laatste artikelen
Over ons
Voeg je link toe aan de directory
Contacteer ons
PHPld Licentie
PHPld mogelijkheden


Sitemap

 

De huismus

 

 

huismusIedereen kent de huismus wel. Een aantal jaren geleden hadden we er in Nederland nog heel veel van. Zo waren er in 1970 bijna 2 miljoen paartjes in Nederland. Nu zit dat aantal nog maar tussen de 500.000 en de 1 miljoen. Waarschijnlijk worden dat er ook steeds minder. De huismus was eerst de meest algemene broedvogel in Nederland. Nu staan ze op de tweede plaats, na de merel.

 

De Latijnse naam voor de huismus is Passer domesticus. De huismussen zijn gemiddeld 15 centimeter lang en wegen gemiddeld 29 gram. Aan hun onderzijde zijn ze grijs en aan de bovenkant zijn ze bruin met een lichte of een donkere tekening. U kunt een mannetje herkennen aan zijn contrastrijke huid met een grijze kruin, zwarte huid onder de snavel en aan een opvallende zwarte streep die langs zijn ogen tot aan zijn achterhoofd loopt. Het vrouwtje is wat bruiner van kleur en op de bovenzijde donker getekend.

 

De huismus is gewend om in de omgeving van mensen te leven. Vroeger maakten ze hun nesten onder de daken en vlogen ze over het platteland om voedsel te verzamelen. Echter broedde de huismus in het allereerste begin in bomen maar ze heeft zich geleidelijk aangepast. Nu wonen de mussen in allerlei menselijk bouwwerken. Ze zitten graag in holtes onder dakgoten en dakpannen. Als ze eenmaal een mooie omgeving hebben gevonden willen ze daar ook graag blijven. Ze zijn graag in de buurt van groen zoals: struiken, bomen of een grasperkje. De huismus voedt zich met allerlei soorten voeding. Daarbij moet u onder andere denken aan plantaardig en dierlijk voedselafval uit de menselijke samenleving. Ook eten ze onkruid- en graszaden en granen. In de zomer voeden ze zich ook met insecten, spinnen, kiemplantjes en blad- en bloemknoppen. Ook eten ze nog kleine en iets grotere sappige vruchten van bomen en struiken.

 

Een mussennest wordt door een paartje gebouwd. Beide mussen werken aan het nest. Ze verzamelen allerlei bouwmaterialen als: droge grassprieten, strootjes en wortels van planten. Het interieur wordt ingericht met schapenwol, paardenhaar en mos. Ook zacht menselijk afval materiaal wordt gebruikt. De mussen zijn erg gesteld op een goed nest. Soms verjagen ze andere vogels, bijvoorbeeld koolmezen, uit hun nestkasten en gaan er zelf wonen. Mussen zijn enorm fanatieke beesten. Sommige geleerden beweren dat mussen tot wel 300 keer per dag geslachtsgemeenschap hebben. En dan doen ze ook nog aan groepsseks. Na het paren legt de vrouwtjesmus vier tot zeven eieren in het nest. Na ongeveer 12 dagen broeden, komen de eitjes dan ‘eindelijk’ uit. Als de kuikens (ja, zo noem je jonge mussen ook) uit het eitje komen zijn ze nog maar 3 gram. Ook hebben ze helemaal geen veren. Wanneer er iemand in hun buurt komt sperren ze hun (relatief) grote bek zo ver mogelijk open. Ze hopen dan op wat eten. In de eerste dagen krijgen ze vooral klein dierlijk voedsel. Echter wordt hun dieet al snel gevarieerder en plantaardiger. De jongen blijven ongeveer de eerste 2 weken alleen maar in hun nest. Daarna vliegen ze uit. Echter zijn ze nog niet onafhankelijk. De ouders zorgen nog voor ze en ze krijgen nog regelmatig voeding. De meeste jonge mussen gaan al in hun eerste levensjaar dood door gebrek aan levenservaring.

 

Voor de huismus is het steeds moeilijker leven in Nederland. Op plekken waar ze vroeger nog veel en goede plekken vonden om een nest te bouwen staan tegenwoordig alleen maar moderne huizen. Deze huizen zijn zo gemaakt dat er geen ‘overlast’ van huismussen kan komen. Onder de dakpannen is het zorgvuldig afgesloten. Wanneer er toch nog ergens een nest zit worden deze vakkundig gesloopt door de huisbazen. Hierdoor neemt de huismus sterk in getale af.

 

Page copy protected against web site content infringement by Copyscape

Geplaatst op: September 08, 2007 01:37:22 PM
Geplaatst in: Dieren: Vogels