Mariken van Nieumeghen
Het verhaal van Mariken van Nieumeghen is een literair werk dat afstamt uit de Middeleeuwen. Het is niet bekend wie de auteur is van het verhaal, wel is bekend dat het begin 16e eeuw gepubliceerd is. Het verhaal staat symbool voor het verschil tussen goed en kwaad. In de Middeleeuwen geloofden de mensen heel sterk in het bestaan van de duivel. Wilde je je leven als een goed, vroom mens leven dan was het geloof in God een minimaal vereiste om daaraan te kunnen voldoen.
Hier volgt een samenvatting van ‘De ware en zeer wonderbaarlijke geschiedenis van Mariken van Nieumeghen’ over het meisje dat langer dan zeven jaar met de duivel samenwoonde…
Mariken van Nieumeghen woont sinds haar moeder overleden is bij haar oom Gijsbrecht, een goede priester, op drie mijl afstand van Nijmegen. Gijsbrecht stuurt Mariken op een dag naar Nijmegen om inkopen te doen. Aangezien Gijsbrecht liever niet heeft dat Mariken in het donker terugkeert, zegt hij Mariken dat zij het best die nacht bij zijn zus (Marikens tante) in Nijmegen kan overnachten. Mariken luistert naar haar oom, maar eenmaal bij haar tante aangekomen begint de tante Mariken voor van alles uit te maken. Overnachten bij haar tante is geen optie voor Mariken na alle verwijten die zij heeft moeten aanhoren, daarom is Mariken gedwongen om toch naar huis af te reizen.
Op de weg naar huis ziet Mariken het allemaal niet meer zitten, uitgeput en verdrietig gaat ze bij een heg zitten. Daar krijgt zij bezoek van een vreemdeling: de duivel die zich vermomd heeft als mens. De duivel biedt Mariken zijn vriendschap aan en belooft haar de vrije zeven kunsten zal leren: retorica, musica, logica, grammatica, geometrica, aritmetica en alchemie. Mariken is op een punt beland dat het haar om het even is met wie zij mee gaat en dus besluit zij met de duivel bevriend te raken. Mariken moet echter wel aan de duivel beloven dat zij haar naam veranderd in Emmeken (Mariken doet de duivel teveel aan Maria denken) en dat zij nooit ofte nimmer een kruisteken zult slaan.
Zo gezegd, zo gedaan: Emmeken en Moenen (de duivel) trekken samen naar ’s-Hertogenbosch, waar zij enkele dagen verblijven. Daarna reizen ze samen verder naar Antwerpen. In Antwerpen verblijven Emmeken en Moenen in de Gouden Boom. Eenmaal in Antwerpen aangekomen beginnen de kwade daden van de duivel. Door Moenens listige streken worden er veel mensen vermoord.
Wanneer Emmeken zes jaar met de duivel in Antwerpen woont wilt zij graag haar familie bezoeken. Met tegenzin stemt de duivel in. Hij wil Emmeken al een tijd vermoorden, maar dit lukt hem niet dankzij Emmekens oom die nog elke avond voor haar bid. De duivel hoopt dat dit een kans is om de oom, Gijsbrecht, aan de kant te kunnen ruimen.
Eenmaal in Nijmegen aangekomen krijgt Emmeken te horen van de duivel dat Emmekens tante overleden is, haar tante heeft zich drie jaar eerder van het leven beroofd toen hertog Arnold is vrijgelaten uit gevangenschap. Dit is echter geen reden voor Emmeken om Nijmegen direct te verlaten, Emmeken wilt namelijk graag blijven kijken naar het Spel van Maskeroen. Het Spel van Maskeroen is naar horen zeggen beter dan de meeste preken en er zijn prachtige lessen in verwerkt.
Tijdens het aanschouwen van het Spel van Maskeroen begint Emmeken haar zonden te overdenken en voelt zij oprecht berouw. Ze wilt zich bekeren tot god en kan niet begrijpen dat zij zich aan de zijde van de duivel heeft kunnen scharen. Als de duivel dit hoort is hij zo woest dat hij Emmeken boven de huizen tilt en haar naar beneden werpt in de hoop zo haar nek te breken. Gijsbrecht, die ook aanwezig is bij het Spel van Maskeroen, herkent zijn nicht en snelt naar haar toe. Het is de duivel niet gelukt om Emmekens nek te breken, dankzij de gebeden van haar oom leeft Emmeken nog.
Emmeken hoopt dat God haar kan vergeven en haar weer onder zijn hoede wilt nemen. Gijsbrecht neem Emmeken mee naar de hoogst geleerde priesters van de stad Nijmegen, maar niemand durft Emmeken de absolutie te geven of haar een straf op te leggen voor haar zonden zodra zij horen wat er gebeurd is.
Met het krachtige Heilige Sacrament reizen Emmeken en haar oom naar Keulen waar Emmeken bij de bisschop wilt biechten. Ook de bisschop weet zich geen raad met Emmeken. Haar zonden waren zo onmenselijk groot dat hij de macht niet had daarvoor absolutie te geven.
Uiteindelijk reizen Emmeken en Gijsbrecht naar Rome. In Rome gaat Emmeken bij de paus biechten. De paus besluit dat het heel erg zonde zou zijn als iemand als Emmeken naar de verdoemenis zou gaan, terwijl dit ook voorkomen kan worden. De paus komt met een plan wat hopelijk geslaagd zal zijn om Emmekens zonden te vergeten: Gijsbrecht moet een ijzeren ring om Emmekens nek doen en ook om beide polsen komt een ijzeren ring. Emmeken moet deze ringen net zo lang dragen, tot ze versleten zijn of er zelf afvallen.
Na het vertek uit Rome betreedt Emmeken het klooster van de bekeerde zondaressen in Maastricht. Gijsbrecht overlijdt als Emmeken al 24 jaar in het klooster woont.
Emmeken leeft in het klooster zo’n vroom leven en doet zo zwaar boete dat Christus haar al haar zonden vergeeft. In haar slaap zendt Christus Emmeken een engel die Emmeken haar ringen afdeed. Emmeken leeft hierna nog zo’n twee jaar en ook in deze laatste twee jaar zonder ringen blijft zij ijverig boete doen om God te behagen.
|