Den Haag
De geschiedenis van Den Haag
Heel anders dan de meeste Hollandse steden, is Den Haag niet ontstaan als een handelsstad op het kruispunt van wegenwegen en water. Archeologische vondsten wijzen erop dat er in onze prehistorie al mensen leefden van de visvangst en akkerbouw, maar de geschiedenis van Den Haag begint al in de Middeleeuwen. De Graven van Holland kwamen er vooral om te jagen omdat de uitgestrekte bossen van Leiden tot 's 's-Gravenzande vol zaten met wild. Het huidige Haagse bos is een laatste overblijfsel van dit Middeleeuwse jachtparadijs. Die jachtlustige Graven hadden al in de elfde eeuw een buitenhuisje naast een duinmeer, dat nu de Hofvijver is. Voor hun ommuurde woning lag een driehoekige Voorplaetse, dit is het huidige plein de “Plaats”. In de dertiende eeuw besloot Graaf Willem II dat er naast het duinmeertje een echt kasteel moest komen, dit is het latere Binnenhof. Willem II was een Duitse koning die tot keizer zou worden. In plaats van zijn keizerlijke kasteel in een van de bestaande Hollandse steden te bouwen, koos hij om politieke redenen voor het buitenhuis in het bos. Dit groeide later uit tot het bestuurscentrum van de provincie Holland en nog later tot het regeringscentrum van Nederland. Het Hof van de Graven had steeds meer voedsel en bedienend personeel nodig en het naastgelegen dorpje op de duinwallen groeide mee. Waarschijnlijk heette het aanvankelijk "Up de Gheest", naar geestgronden wat een ander woord is voor duinwallen. Op de Geest omvatte enkele boerderijen en op het hoogste punt stond de voorloper van de huidige Grote of St. Jacobskerk. Wat later ontstond er ook een buurtje op de veengronden, waar de naam Venestraat nog naar verwijst. Dit was het begin van de twee gezichten die Den Haag nog steeds heeft: de rijken woonden op de zandgrond in statige herenhuizen met lommerrijke tuinen en parken en de arbeiders in overbevolkte en monotone wijken op de moerassige veengrond.
Tegen de veertiende eeuw had Die Haghe met zo´n 1000 inwoners het karakter van een kleine stad, maar het is nooit ommuurd. De machtige steden Delft en Leiden vreesden aantasting van hun handelspositie en bleven eeuwenlang de Haagse ommuringsplannen dwarsbomen. In de zestiende eeuw kreeg Den Haag uiteindelijk toestemming om muren te bouwen, maar bij gebrek aan acute oorlogsdreiging gebruikte men het geld voor de bouw van een stadhuis. Deze keuze kwam het dorp duur te staan in de Tachtigjarige oorlog, want zonder muren kon het zich niet beschermen tegen de Spanjaarden. De voltallige Haagse bevolking moest vluchtten en het dorp werd platgebrand. Tijdens het beleg van Leiden werd het Binnenhof zelfs als hoofdkwartier gebruikt door de Spanjaarden. Daarna ontbrak het geld om muren te bouwen en groef men een goedkopere verdedigingssingel, die nog steeds bestaat.
Naarmate het dorp groeide en een steeds stadser karakter kreeg, ontwikkelden zich naast de oorspronkelijke land- en tuinbouw ook de nijverheid en de handel. Met name bierbrouwerijen waarnaar nog namen als Bierkade, Rode Leeuwstraat, ZHB (Zuid Hollandse Brouwerij)-hoven verwijzen. Ook was er een levendige stoffenindustrie in de Raam- en de Bleekerstraat en op de Voldersgracht. Aan het eind van de achttiende eeuw werd de Republiek ingelijfd bij het Franse keizerrijk, waarna Napoleon Den Haag eindelijk stadsrechten verleende. Lang plezier heeft men daar niet van gehad want even later verdween het staatsrechtelijke onderscheid tussen steden en dorpen en werden het allemaal Gemeenten. In 1814 werd Nederland een zelfstandig koninkrijk met Den Haag als residentie en Amsterdam als hoofdstad.
In de negentiende eeuw groeide Den Haag explosief door een grote toestroom van migranten van het platteland, onder invloed van de Industriële Revolutie. De bevolking groeide in de loop van die eeuw van zo´n 45.000 naar 200.000. Eerst werd de groei binnen de singelgrachten opgevangen, maar halverwege de eeuw was men gedwongen om buiten de Singels gaan bouwen. In het begin van de twintigste eeuw waren er verdere stadsuitbreidingen nodig.
Waar aan de ene kant gebouwd werd, brak men het aan de andere kant weer af. Ook de Tweede Wereldoorlog ging niet aan Den Haag voorbij. Tijdens de Duitse bezetting werden hele buurten ontruimd om de Duitse Atlantik Wall aan te leggen. Vervolgens werd de wijk Bezuidenhout twee maanden voor de bevrijding voor het grootste deel in puin gelegd door geallieerde bommenwerpers die hun doel misten.
Na de bezetting heerste er net als in de rest van het land woningnood en werd er weer volop uitgebreid in de polders ten zuidwesten van Den Haag. Vijftig jaar geleden was de Haagse bevolking op haar grootste omvang: meer dan 600.000 inwoners. Een deel daarvan verhuisde later naar de groeistad Zoetermeer, waardoor uitbreiding van Den Haag niet langer nodig was. De jaren zeventig stonden in het teken van de “sanering” van de negentiende eeuwse arbeiderswijken en vervangende nieuwbouw voor een inmiddels multiculturele bevolking. De bekendste stadsvernieuwingwijk van Nederland is de Schilderswijk, die inmiddels geheel vernieuwd is. Er blijft natuurlijk altijd wel iets te verbeteren. Momenteel worden gedeelten van de “naoorlogse” nieuwbouwwijken gesloopt en vervangen door nieuwe, gevarieerdere nieuwbouw. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren tal van grote projecten gerealiseerd, zoals het nieuwe Stadhuis van Richard Meier, de Resident en de beruchte tramtunnel onder het centrum. Internationaal gezien is Den Haag bezig zich te ontwikkelen op het juridische vlak. Behalve het Vredespaleis zijn het Internationaal Gerechtshof en het Joegoslavië Tribunaal er gevestigd.
Bezienswaardigheden in Den Haag
Den Haag Nieuw centrum (Resident / Stadhuis /Spuiplein) en de Nieuwe Kerk. Lopend vanaf Den Haag Centraal richting het Stadhuis op het Spui passeer je de Resident, het "nieuwe hart van 5 miljard". Dit is een nieuwe wijk met kantoren, woningen en horeca, midden in het centrum.
Het Plein was in de dertiende eeuw een ommuurde groententuin, 's Graven Kooltuin, direct achter de Ridderzaal. Later is het een plein naar Frans voorbeeld geworden, maar van de oorspronkelijke herenhuizen is alleen het zeventiende eeuwse Mauritshuis over. Dit is is tegenwoordig een museum met een wereldberoemde collectie Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw, zoals Rembrandt, Vermeer, Hals en Potter.
Het Binnenhof met de Ridderzaal en Hofvijver, de Gevangenpoort en de Plaats. Dit historische gebied is de reden voor het ontstaan van Den Haag. In de dertiende eeuw besloot Graaf Willem II dat er naast het buitenhuis van de familie een echt kasteel gebouwd moest worden. Het duinmeertje ernaast is nu de rechthoekige Hofvijver. Het Binnenhof is vrij toegankelijk en in de gebouwen er omheen (Ridderzaal, Eerste en Tweede Kamer) zijn er rondleidingen. De rond het jaar 1300 gebouwde Gevangenpoort was vroeger een poort van het Buitenhof, is een paar eeuwen als gevangenis gebruikt en is nu een museum met gevangeniscellen en martelwerktuigen.
Dichtbij de Hofvijver ligt het Lange Voorhout, het meest deftige deel van Den Haag, waar de aristocratische sfeer van de achttiende eeuw goed bewaard is gebleven. De vlakbij gelegen Denneweg is een kleine maar gezellige uitgaansstraat met behalve restaurants en cafeetjes veel kleine antiekwinkels.
Paleis Noordeinde is het werkpaleis van koningin Beatrix. De bijbehorende Paleistuin is overdag voor het publiek toegankelijk via ingang Prinsessewal.
De Grote of St. Jacobskerk, het Oude Stadhuis, de Passage en winkelcentrum Haagse Bluf vormen tezamen het “oude centrum” van Den Haag met veel winkels en terrasjes.
De Grote Markt is het grootste uitgaansgebied van Den Haag met cafe's die zijn gehuisvest in oude handels- en opslagpanden, zoals de Zwarte Ruiter en de Boterwaag. Zomers is de Grote Markt een groot terras, met vlakbij een ondergrondse halte van de tramtunnel waarin in de vloer archeologische vondsten zijn verwerkt.
Tot slot is Den Haag bekend om zijn vele parken. In het centrum liggen de Paleistuin en het Haagse Bos. Verder weg het Zuiderpark, het Westbroekpark met rosarium en het park Clingendael waar in de maand mei de Japanse tuin geopend is voor het publiek. |