Wat zijn Sprookjes
Tegenwoordig zijn sprookjes nog steeds heel populair. Er worden films van gemaakt en sprookjesboeken worden nog steeds voor het slapengaan voorgelezen. Het karakter dat sprookjes tegenwoordig hebben is dat van het vermaken van kinderen. Vroeger was dat ook wel zo, maar ze hadden ook nog een andere functie dan de functie van een leuk verhaal voor rond het kampvuur. Sprookjes zijn ooit opgeschreven met als doel om de geschiedenis vast te leggen van een bepaalde tijd. Via mondelinge overlevering zijn de verhalen gevormd tot hoe ze vandaag de dag worden verteld. In sprookjes zaten vaak ook wijze lessen waarvan zowel kinderen als volwassenen konden leren. Vroeger waren ook lang niet alle sprookjes bedoeld voor kinderen. Een voorbeeld van zo’n sprookje met een wijze les is bijvoorbeeld Roodkapje. In dat sprookje loopt Roodkapje in haar eentje door het bos en komt dan ineens de wolf tegen. De wolf symboliseert in dit geval een vreemdeling. Roodkapje vertelt van alles aan de wolf en wordt uiteindelijk opgegeten. De wijze les in dit sprookje is dat je niet met vreemde mensen moet meegaan of met ze moet praten. Sprookjes hebben dus eigenlijk ook een pedagogische functie.
Sprookjes hebben bepaalde kenmerken die in elk sprookje terug zijn te vinden. Zo is er altijd een strijd tussen goed en kwaad, maar het kwade wordt altijd verdreven en het goede wint altijd. Sprookjes hebben dus vrijwel altijd een goede afloop. Ook beginnen sprookjes meestal met de woorden ‘er was eens’ of een afleiding daarvan. Het einde bestaat vaak uit de zin ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’.
Velen hebben sprookjes geschreven, maar er zijn er maar een paar die daarmee ook internationale roem hebben verworven. Een voorbeeld hiervan zijn de gebroeders Grimm. Jacob en Wilhelm Grimm waren beiden taalkundigen van beroep. Zij stuurden vrouwen Duitsland rond om volksvertellingen en -sagen te verzamelen. Later stuurden zij deze naar de gebroeders toe, zodat zij er sprookjes van konden maken. Hun sprookjes zijn dus gebaseerd op verhalen die door mondelinge overlevering van generatie op generatie over zijn gebracht. De meest bekende sprookjes van de gebroeders Grimm zijn Assepoester, Roodkapje, De Wolf en de Zeven geitjes, Hans en Grietje en Raponsje. Een paar minder bekende titels zijn De Bremer Stadsmuzikanten en De verjongingskuur. Het sprookje van de Bremer Stadsmuzikanten gaat over een ezel, een hond, een kat en een haan. Al deze dieren zijn al wat ouder en worden door hun baas afgedankt. Om te voorkomen dat zij eindigen als voedsel voor het avondeten, trekken zij er gezamenlijk op uit om stadsmuzikant in Bremen te worden. Wanneer zij op hun weg moe zijn geworden, gaan ze op zoek naar een plek om te rusten. Ze komen een huis tegen met een tafel vol lekker eten, maar het huis wordt bewoond door rovers. Samen bedenken ze een plan om de rovers uit het huis te jagen: de ezel moet met zijn poten op de vensterbank gaan staan, de hond moet boven op de ezel met op de hond de kat en als laatste vliegt de haan bovenop de kat. Tegelijkertijd stoten zij een geweldig kabaal uit wat de rovers zo laat schrikken, dat ze hun huis uitvluchten. Vervolgens eten de dieren de maaltijd op en gaan slapen: de ezel op de mesthoop, de hond bij de deur, de kat bij de haard en de haan op de hanenbalk. Wanneer de rovers, die al die tijd het huis in de gaten hebben gehouden, zien dat het licht uitgaat, gaat er een polshoogte nemen. Als de rover de lichtgevende ogen van de kat ziet denkt hij dat het kooltjes zijn en houdt er een zwavelstokje tegen. De kat springt op en krabt de rover in zijn ogen. De rover schrikt zo erg dat hij probeert te vluchten en rent naar de achterdeur waar de hond ligt. De hond springt op en bijt de rover hard in zijn been. Met een pijnlijke wond rent de rover langs de mesthoop, waar hij een flinke trap van de ezel krijgt. En alsof de rover nog niet genoeg is geschrokken begint de haan ook nog eens heel hard te kraaien. De rover rent in paniek naar zijn bende en vertelt wat hem is overkomen: ‘Er is een heks in dat huis! Ze krabde mijn gezicht open met haar lange nagels! En bij de deur staat een man met een mes en die heeft mij in mijn been gestoken! Toen ik naar buiten rende kreeg ik een heel harde trap van een zwart monster en vanaf het dak schreeuwde er iemand naar me!’ De rest van de rovers zijn zo geschrokken van zijn verhaal, dat ze besluiten weg te gaan en nooit meer terug te komen. De Bremer stadsmuzikanten willen graag in het huis blijven wonen en zijn ook nooit meer weggegaan.
Een schrijver van sprookjes die alle verhalen zelf heeft verzonnen is de Deense Hans Christian Anderson. In zijn verhalen zat er vaak een dubbele bodem, waardoor zijn sprookjes zowel voor kinderen als volwassen interessant waren. Bekende sprookjes van Anderson zijn onder andere De kleine zeemeermin, De Sneeuwkoningin en Duimelijntje. Een minder bekend sprookje is Het lelijke jonge eendje. Dit sprookje is echter autobiografisch van aard, want het moet het leven van Anderson weergeven. In zijn jeugd werd Anderson flink gepest, maar later werd hij een bekende en welvarende schrijver. Dit verwijst terug naar het sprookje: Eerst is het een klein en lelijk eendje, maar later verandert hij in een zwaan. Het sprookje ‘De prinses op de erwt’ is ook van Anderson. Er was eens een prins die dolgraag met een prinses wilde trouwen, maar alleen met een échte prinses. Stad en land zocht hij af om een échte prinses te vinden, maar aan alle prinsessen die hij tegenkwam mankeerde wel iets. Op een regenachtige avond toen de prins de hoop allang had opgegeven, werd er op de kasteelpoort geklopt. Een meisje, helemaal doorweekt, beweerde dat zij een échte prinses was. De koningin van het land geloofde haar niet en wilde dit testen. Een échte prinses zou zo’n tere huid hebben dat ze een erwt zou moeten voelen door 20 matrassen heen, dus legde de koningin op de onderste matras een grote erwt. Vervolgens stapelde ze de rest van de matrassen er bovenop. ’s Ochtends vroeg ze aan de prinses hoe ze had geslapen, waarop de prinses antwoordde: ‘Ik heb verschrikkelijk geslapen! Mijn hele lijf zit onder de blauwe plekken!’. Dit was het antwoord dat bevestigde dat de prinses een échte prinses was en de prins mocht met haar trouwen. En je raadt het al: ze leefden nog lang en gelukkig!
Tegenwoordig lijken er veel sprookjesachtige verhalen bij te komen, vaak verzonnen door Disney of door Dreamworks. Zo heb je natuurlijk De Leeuwenkoning van Disney, maar een ander voorbeeld is Shrek van Dreamworks. In dit verhaal worden eigenlijk verschillende plots uit sprookjes gecombineerd. Ook komen er verschillende sprookjesfiguren in voor, zoals het peperkoekmannetje, de Grote Boze Wolf en de drie biggetjes en de magische spiegel uit Sneeuwwitje. Ook wordt er in dit verhaal een beetje de draak gestoken met verschillende sprookjes.
Sprookjes doen mensen lachen en vermaken mensen. Het is dus goed dat in deze tijd technologie met sprookjes wordt gecombineerd, zodat ze onder de mensen blijven leven en er aandacht aan wordt besteed.
|