Hoe werkt een flitspaal?
Er zijn verschillende soorten flitspalen en vrijwel iedere flitspaal heeft zijn eigen werking.
Zo is er de roodlichtcamera, die vaak geplaatst wordt op drukbezochte kruispunten. De flitspaal wordt ter hoogte van het stoplicht geplaatst. In het wegdek zijn er zogenoemde ‘lussen’ aangebracht. Wanneer er door rood wordt gereden krijgt een lus een signaal door. Hierbij worden twee foto’s gemaakt, omdat er dan kan worden vastgesteld of de auto of motor daadwerkelijk door rood is gereden of per ongeluk over de lus heen is gereden. Overigens vermeld de tweede foto de snelheid van het voertuig en of de overtreder nog is gestopt of juist verder gereden is. De snelheid waarop de flitspaal een foto maakt kan worden ingesteld.
Een andere soort flitspaal is de snelheidscamera. Zoals de naam al zegt registreert de camera alleen de snelheid. Bij het vastleggen van de snelheid met een snelheidscamera, wordt er gebruik gemaakt van een radar dat ook wel het dopplereffect wordt genoemd. Wanneer er beweging plaatsvindt in een radargolf, wordt de radargolf weerkaatst, waardoor de frequentie van de straling wijzigt. De mate van wijziging is afhankelijk van de snelheid waarmee het voorwerp zich voortbeweegt. Ook hierbij wordt de ‘snelheidsmeter’ zelf ingesteld. Snelheidscamera’s worden voornamelijk geplaatst langs binnen wegen.
Je kan om twee redenen geflitst worden: wanneer je door rood rijdt of wanneer je te hard rijdt. In beide gevallen wordt de actie vaak gevolg door een fikse boete. Hoe hoog de boete kan oplopen is afhankelijk van de hoogte van de snelheid.
Sinds de komst van flitspalen is de hoeveelheid ongelukken sterk gedaald. Typerend is voor flitspalen dat deze vaak worden geplaatst op plaatsen waar al eerder verkeersincidenten zijn voorgekomen. Je kunt dus eigenlijk wel stellen dat flitspalen zeer belangrijk zijn voor het verkeer, hoe vaak en hoe erg mensen zich er dan ook irriteren. |